www.semazengrubu.com

Gedichten

Het lied van de rietfluit

De dichter:

Luister naar deze rietfluit hoe treurig zij zingt 
Over de lange scheiding gaat haar klagelijk lied

De rietfluit:

"Sinds ik werd ontworteld van de bedding van riet
blijven starende ogen huilen bij mijn klacht.

Had ik maar een borst om aan te huilen
om de pijn van mijn klachtlied te delen.

Wie van zijn oorsprong afgescheiden is
smacht altijd naar het moment van hereniging.

In welk gezelschap ook, ik huilde treurend samen
met wie ik vriendschap sloot, bedroefden en gelukkigen.

Allen waren vriendelijk al naar hun aard,
maar niemand probeerde mijn diep geheim te achterhalen.

De tonen van mijn klaaglied zingen het
maar mensen kunnen het niet horen.

Ziel en lichaam zijn elkaar toch niet verborgen
toch toont de ziel zich niet aan het sterfelijk oog."

De dichter:

Niet warme lucht maar liefdesvuur schuilt in haar klagelijke klank,
te beklagen is de mens die niet van harte naar dit vuur verlangt.

Het vuur der liefde doet de fluit welhaast ontbranden
als vonk van liefde verrukkelijk fonkelend in wijn.

De rietfluit is de deelgenoot van wie van De Geliefde afgescheiden zijn,
haar klagelijke toon verscheurt de sluiers die hun hart omhulden.

Wie zag de rietfluit als verdrietig maar ook troost bij pijn?

Wie zag de rietfluit als een minnaar en een ware vriend?

De rietfluit zingt van de weg, met bloed gekleurd,
vertelt van de Geliefde voor wie Majnuns (minnaar) hart 
bloedde. 

Alleen de zo razend verliefde heeft echt iets te zeggen,
wie slechts verstandig spreekt bereikt die hoogte niet.

Samenzijn kan niet meer als de dag begint te dagen,
de nachten dragen samen het heftig leed.

Dagen van pijnlijk verlangen zijn voorbij nu
want Gij, de Ware Ene, blijft altijd.

Alleen de vis, geheel omringd met water, krijgt nog dorst naar meer
maar de dagen zullen lengen voor wie die eenheid (het Goddelijke Wezen) 
niet kent.

Het hevige verlangen van het riet naar het hogere kunnen wij mensen wel begrijpen,
Tot wie dit niet begrijpt zeg ik 1 woord: Vaarwel!

Alle zelfzuchtige pleziertjes zijn bedrog en oplichterij,
die lichtflits wordt omgeven door een muur van duisternis. De bliksemschicht is maar van korte duur
en je hebt, door duisternis omgeven, nog een lange weg te gaan.
Bij dat licht kun je geen brief lezen
en evenmin naar je bestemming rijden.
Maar doordat jij je door de lichtflits laat misleiden,
trekken de zonnestralen zich van je terug.
Mijl na mijl leidt het bedrog van de lichtflits
je s nachts zonder gids dieper in een donkere wildernis.

Het ene moment val je tegen een berg, het volgende in een rivier,
nu eens dwaal je hier rond, dan weer daar.
Zoeker van wereldse waardigheid, je vindt de gids nooit
en als je hem vindt, keer je je van hem af
met de woorden: Zestig mijl heb ik al op deze weg afgelegd
en nu zegt deze gids dat ik de weg kwijt ben.
Als ik gehoor geef aan zijn wonderlijke raadgeving,
moet ik de reis opnieuw aanvangen onder zijn hoede.
Ik heb mijn leven gewijd aan deze reis.
Laat maar zitten. Wat komt, komt. Ga weg, meester!'

Ja, je hebt al een hele reis achter de rug,
maar eigengereidheid levert net als de lichtflits weinig op.
Kom, leg een tiende van die reis af
omwille van de luisterrijke zon van goddelijke inspiratie.
Je las het vers: 'Vermoedens wegen niet op tegen de waarheid', 
maar toch werd je door zo'n lichtflits blind voor het licht van de 
zon.
Luister, stap in onze boot, arme stakker,
of leg in elk geval die boot van jou vast aan die van ons.'

O God, hoor ons gebed,
U die de meest uitmuntende helper bent.
Ontelbaar zijn de listen en lagen die ons gelegd worden
en wij zijn net gretige vogels zonder voer.
Al zijn wij valken, ja de simoerg zelf,
we laten ons steeds opnieuw in nieuwe strikken vangen,
U die zonder behoefte bent.
U bevrijdt ons telkens weer
en weer reppen we ons naar een valstrik.

Waar pijn is, zullen genezingen volgen;
waar armoede is, zal rijkdom volgen.
Waar vragen zijn, zullen antwoorden gegeven worden;
waar schepen zijn, zal water stromen.
Besteed minder tijd aan het zoeken naar water en verwerf jezelf dorst!
Dan zal er overvloedig water stromen van boven en van beneden.

De hele dag kan ik aan

niets anders denken,

elke nacht vraag ik mezelf af:

waar kom ik vandaan en

wat moet ik doen?

 

Ik zou het echt niet weten.

Mijn ziel komt van een andere wereld,

dat weet ik zeker.

Even zeker als ik voel,

dat ik daar ook eindigen zal.

 

Ik werd dronken in de

een of andere kroeg,

maar als ik weer ben teruggekeerd,

zal ik helemaal nuchter zijn.

Ondertussen ben ik als een vogel

van verre oorden,

gekooid in den vreemde.

De dag breekt aan dat ik uitvlieg,

maar met wiens oren

hoor ik mijn eigen stem?

Wie spreekt met mijn mond?

Wie ziet met mijn ogen?

Wat is de ziel?

 

Het zijn vragen die blijven komen.

Zelfs de schim van een antwoord

zou me al verlossen

uit deze kerker vol dronkaards.

Ik kwam hier niet uit vrije wil;

zomaar weggaan lukt me niet.

Degene die me hier heeft gebracht,

zal me ook thuis moeten brengen.

 

Deze gedichten.

Nooit weet ik wat ik ga zeggen.

Een schema of plan heb ik niet

en als ik ze niet voordraag,

kan ik heel stil worden

en nauwelijks mijn mond open doen.

Als je met iedereen bent,

behalve met mij,

ben je met niemand.

Als je met niemand bent,

behalve met mij,

ben je met iedereen.

Wees iedereen,

in plaats van dat je druk bent met

iedereen.

Als je zoveel wordt, ben je niets.

Ben je leeg.

 

Gedichten uit de Mesnevi

Draaiende Derwisjen

Mevlana Rumi

Wie zijn wij

Workshops

YouTube Films

Tekstvak: Tekstvak: Tekstvak: Tekstvak:

Home

Tekstvak:

Foto

Tekstvak:

Optredens

Afspraak maken

Advies

Gedichten